Het schaarse winterlicht

Het schaarse winterlicht

De invloed van licht op mensen is groot. Licht heeft effect op ons gemoed. Waarom voel je je lekkerder in de zomer dan in de winter? En is er een boer met winterdepressie? Door Hedda Schut
Stel je bent een Inuit. Je leeft op traditionele wijze, samen met je familie op Groenland. Een lange, donkere winter komt op je af. Hoe groot is de kans dat je na een maand last hebt van een winterdepressie?

Die is gering. Veel kleiner dan de kans dat de gemiddelde Nederlander een winterdip krijgt. Hoe dat komt? De Inuit heeft zijn visolierijke dieet en zijn gedrongen gestalte al mee om te overleven in dit strenge klimaat. Maar de belangrijkste reden is dat hij zich voegt naar het ritme van het seizoen. Hij doet een stap terug en haalt de vaart uit zijn leven. Ook fysiologisch: zijn hartslag vertraagt en zijn bloeddruk gaat omlaag. Minder licht betekent minder energie, en aan die situatie past hij zich aan.

In de westerse wereld leven we anders. En dat heeft gevolgen. Bijna 1,5 miljoen Nederlanders hebben last van winterdepressie of de mildere vorm, de ‘winterblues’. Ongetwijfeld herkenbaar is het gevoel minder energie te hebben in de winter dan in de zomer. We gaan in het donker naar ons werk, verkeren zeker acht uur in gebouwen vol kunstlicht, gaan ’s avonds in het donker weer naar huis. Daglicht hebben we nauwelijks gezien.

Dat doen we al tijden zo. Sinds de industriële revolutie is het natuurlijk ritme uit ons leven verdwenen. We leven vooral binnenshuis, gaan niet meer met de kippen op stok, weten nauwelijks nog wat ochtendkrieken is, we werken in nachtdiensten en vliegen overal naartoe.

Al eeuwen weten we wat licht is: straling, en onmisbaar voor het leven op aarde. Hofleverancier is de zon, die zijn stralen met een snelheid van 300 duizend kilometer per seconde het heelal in stuurt, en ons in staat stelt om de wereld om ons heen in kleur te zien. Daglicht is zogeheten ‘totaal licht’: volkomen wit en evenwichtig samengesteld. Het bestaat uit egale straling van de kleuren uit de regenboog, die elk een eigen golflengte hebben.

Kunstlicht kent die evenwichtige verhouding van kleuren niet. Gloeilampen bijvoorbeeld geven voornamelijk warm oranjerood licht, gasontladingslampen als tl-buizen stralen het koelere blauwe licht uit. Maar wat doet dat licht dan met ons? Pas de laatste decennia verdiepen wetenschappers zich hierin.

In Eindhoven, bij de vakgroep Bouwfysica aan de Technische Universiteit, bestudeert de Stichting Onderzoek Licht en Gezondheid de effecten van licht op de mens. We zijn, zegt directeur Toine Schoutens, vooral geïnteresseerd in de werking van een groep lichtgevoelige cellen, die nog maar vijf jaar geleden werd ontdekt: retinale ganglioncellen. Deze cellen meten licht en donker. Ze zijn vooral gevoelig voor blauw licht. Ze geven de informatie door aan de biologische klok, die ons dag- en nachtritme bepaalt. Onze biologische klok regelt ook de aanmaak van het hormoon melatonine, dat ons slaperig maakt wanneer het donker wordt, en de productie van het activerende cortisol-hormoon zodra het licht wordt. Het blauwe licht, dat vooral in ochtendlicht zit, prikkelt de cortisol-aanmaak.

De afwisseling van licht en donker heeft dus grote invloed op de hormoonhuishouding. Als de aanmaak van melatonine en cortisol verstoord raakt, bijvoorbeeld door nachtdiensten, lange vliegreizen, veel inpandig werk of ouderdom – ouderen lopen al meer risico omdat hun lens vergeelt en zij daardoor vijfmaal minder licht ‘binnenkrijgen’ – worden gezonde personen op lange termijn minder actief en raken ze sneller vermoeid. Hun alertheid, concentratie en stemming verminderen en het slaap-waakritme raakt verstoord. Gelukkig is onze biologische klok weer gelijk te zetten onder invloed van licht: met kunstlicht, maar dan wel met de juiste hoeveelheid, timing, duur en golflengte.

Wil je goed kunnen functioneren, dan heb je elke dag een aantal uur licht nodig met een sterkte van 2500 lux (lux is de eenheid van verlichtingssterkte, een kaars op een meter afstand geeft 1 lux). Ter vergelijking: een bewolkte winterdag geeft tienduizend lux tegen honderdduizend lux op een zomerse dag. Een tl-buis in een kantoorgebouw doet 400 lux.

Goed beschouwd hebben de meesten in de winter een chronisch gebrek aan licht. En naar alle waarschijnlijkheid – onderzoekers zijn er nog niet uit – ligt daar een belangrijke oorzaak van winterdepressie. Lijders hieraan zijn somber en lusteloos, eten en slapen veel en zijn veel minder actief. Jaarlijks hebben 450 duizend mensen ermee te maken. Een miljoen mensen hebben winterblues. Hun klachten zijn vergelijkbaar, maar minder ernstig. Lichttherapie door gespecialiseerde ziekenhuizen – waar je gedurende een aantal weken dagelijks drie kwartier achter een lichtbak zit – helpt 70 procent van hun klachten af. Maar de beste remedie blijft daglicht. Dus ja, een zonvakantie in de winter helpt. En degenen met lichte winterblues kunnen baat hebben bij een speciale lichtlamp met 2500 lux.

Maar onze werkplekken dan? Of thuis? Wat kunnen we daar doen aan een gezonde lichtomgeving? Onder de zon is het lichtspel dynamisch. Kunstlicht is vaak statisch. En we kunnen er ook nog fout mee omgaan, zegt Wout van Bommel. Zijn hele werkzame leven ligt bij Philips Lighting, voor licht reist hij de hele wereld af, en hij is hoogleraar verlichtingskunde aan de Universiteit van Sjanghai. ‘Bij een winterdepressie moet je niet zelf gaan knoeien met licht, omdat de toediening heel nauw luistert. Gebruik ’s avonds in huis ook geen koel wit licht. Daarvan word je actief, omdat het dat slaperig makende melatonine afbreekt. ’

Over de heilzame werking van kleuren zijn Van Bommel en Schoutens voorzichtig. Kleur heeft veel invloed, aldus Schoutens, maar uit een onderzoek naar het gebruik van full-spectrum lighting over een periode van veertig jaar is bitter weinig naar voren gekomen. Van Bommel: ‘Ik weet veel van kleur via het oog, niet via de huid. Maar het is een serieus onderwerp. Ernstige brandwonden kun je helpen genezen met kleur. Dat is wetenschappelijk bewezen. Maar er zit ook een hoop onzin bij. Met een boekje van de drogist en een bijpassend ledlampje de meest ernstige ziekten kunnen behandelen, dat wil er bij mij niet in. En kleurensauna’s zijn natuurlijk heel prettig, maar om echt te denken dat een minuutje rood en een minuutje blauw waarlijk effect hebben, is flauwekul.’

Kleur in kunstlicht wordt tegenwoordig wel gebruikt om werk- en leefplekken van dynamisch licht te voorzien. Veel Japans onderzoek gaat over het effect van even rust nemen rond de lunchtijd. ‘Rond die tijd doen mensen microslaapjes’, zegt Van Bommel. ‘Het is goed om die te hebben, omdat je daarvan weer oplaadt. Het absolute optimum van die slaapjes ligt op vijf minuten. Met onze kennis over verlichting moeten we dat niet tegenwerken. Dus rond lunchtijd is het heel goed om het licht terug te brengen naar 500 lux met een ontspannend warme witkleur. Na de lunch breng je het licht weer terug naar 800 lux en maak je het weer koel van kleur. Zo haal je medewerkers uit hun bewust gecreëerde siësta, waarna ze er weer de hele middag tegenkunnen.’

Een andere recente ontwikkeling is de toepassing van OLED (Organische Licht Emitterende Diode), dat geeft verdeeld licht in alle kleuren en kan als folie worden gemaakt. Geplakt op de plafonds van werkruimten en in de meestal erbarmelijk verlichte verpleeghuizen, ontstaat een veel gezondere lichtomgeving. De Stichting Onderzoek Licht en Gezondheid deed onderzoek bij ouderen. Als zij overdag veel licht krijgen met een relatief hoge intensiteit en hoge kleurtemperatuur, zijn ze overdag actiever en slapen ze ’s nachts beter.

Maar hoe mooi alle nieuwe technische ontwikkelingen ook zijn, Schoutens en Van Bommel sturen iedereen het liefst naar buiten. ‘Dat is het beste voor onze geestelijke en lichamelijke gezondheid’, zegt Schoutens. ‘Ik geloof niet dat in Nederland een boer is te vinden met een winterdepressie.’

Bron: VK

0 Reacties

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*